Wisselteelt - Vruchtwisseling

 

    Vraag:
    Wat is wisselteelt?

    Antwoord:
    Wisselteelt wordt al generaties lang door boeren en tuinders toegepast als een eenvoudige en effectieve methode om ongedierte en ziekten te voorkomen. Als u namelijk elk jaar op hetzelfde stukje grond dezelfde soort planten verbouwt, zal die grond een bron worden van ongedierte en ziekten, wat invloed heeft op het volgend seizoen. Als u het gewas op een ander stuk grond zet, raken ongedierte en ziekten hun gastheer kwijt en sterven ze.

    De praktische kant van deze filosofie houdt in dat u de groentetuin in vier of vijf percelen moet verdelen. De verschillende typen gewassen worden van het ene perceel naar het volgende verplaatst en staan maar eens in de 4 jaar op dezelfde plaats. Voor een vierjarige wisselteelt worden de gewassen verdeelt over vier groepen. Het vijfde bed wordt gebruikt voor vaste planten, die logischerwijs niet verhuisd worden.

    Het is handig en goed voor de vrucht wisseling om de groenten naar groepen van families in te delen:
      1-Vlinderbloemigen (b.v. peulvruchten)
      2-Nachtschadeachtigen (b.v. aardappel)
      3-Blad-,wortel- en knolgewassen (b.v. sla, wortel, knolselderij)
      4 Kruisbloemigen (waaronder kolen)
      5 Vaste planten (rabarber, asperge, overblijvende kruiden, bessenstruiken, fruitbomen)

    De volgorde is bewust gedaan. De vinderbloemigen laten stikstof achter in de bodem, waar de nachtschadeachtigen van kunnen profiteren. In de praktijk betekent dit dus dat de aardappelen na de peulvruchten worden geteeld. Aardappelen laten een mooie structuur achter voor de fijnere zaden zoals wortelen, uien, witlof, enz. Blad -, wortel- en knolgewassen passen dan ook prima achter aardappelen. Wat overblijft zijn de koolsoorten, die worden geteeld na de blad-, wortel- en knolgewassen. Omdat het aanbod blad-, wortel- en knolgewassen nogal groot is, kan in het voorjaar het aandeel kort groeiende bladgewassen worden gecombineerd met peulvruchten. Per blok worden vervolgens de gewassen ingedeeld per teeltbed. Geadviseerd wordt om bedden van 120 cm breed toe te passen met daar tussen een looppad van 30 cm.

    Bekijk een eenvoudig schema van vruchtwisseling of bekijk het schema in een apart window.

    Vruchtwisseling binnen de gewasgroepen

    Blad-,wortel- en knolgewassen:
    Andijvie, sla, spinazie, postelein, snijsla --- 1 op 2 jaar.
    Groenlof, snijbiet, veldsla, courgette, wortelen, rode biet, pastinaak, schorseneer, aardpeer, witlof --- 1 op 4 jaar.
    Prei, knolselderij, ui, sjalot, knoflook ---1 op 8 jaar.

    Nachtschadeachtigen:
    Aardappel, tomaat, ananaskers, peper,paprika, aubergine --- 1 op 4 jaar .

    Vlinderbloemigen:
    Droog- , pronk-, snij–, slabonen --- 1 op 4 jaar.
    Kapucijners, doperwten, peulen, tuinbonen --- 1 op 8 jaar .

    Kruisbloemigen:
    Bloem-, boeren-, chinese-, rode-, savooie-, spruit-, witte kool, broccoli, koolraap, koolrabi, meiknol, rammenas, raapstelen,radijs, paksoi, tuinkers --- 1 op 4 jaar.

    Bekijk een schema van vruchtwisseling binnen de gewasgroepen of bekijk het schema in een apart window.

    Het schema is gebaseerd op een vruchtwisseling van 1 op 4, maar ook de gewassen die een ruimere vruchtwisseling nodig hebben, komen aan hun trekken. De groepen blad-, wortel- en knolgewassen en de groep vlinderbloemigen delen we in 2 helften. Het is het handig om deze helften horizontaal op te delen. Na 4 jaar draaien we deze helften om zodat die gewassen daardoor de gewenste vruchtwisseling krijgen van 1:8 jaar.

    Zie ter verduidelijking het schema van vruchtwisseling met middenpad of bekijk het schema in een apart window.

    Vruchtgroenten:
    Augurken, komkommers, courgette, pompoen en suikermaïs, kunt u planten op de vakken waar ruimte over is. Registreer wel waar deze gewassen in dat teeltseizoen gestaan hebben om problemen op termijn te voorkomen.

    Aardbeien:
    Dit gewas kunt u steeds achter de vroege aardappelen planten. Als u weer aan aardappelen toe bent ruimt u ze weer op, zodat ze drie seizoenen op dezelfde plaats staan.

    Nagewassen

    Het is heel goed mogelijk om in 1 seizoen meerdere gewassen op het zelfde stuk grond te telen. Een paar dingen zijn van belang. Kies de juiste gewasgroep, b.v. vlinderbloemige, achter vlinderbloemige, en koolsoorten achter koolsoorten. Achter het aardappelgewas is het moeilijk om een na- gewas te telen, omdat de vruchtwisseling voor sommige gewassen dan niet meer haalbaar is. Probeer om na de aardappelen een groenbemester in te zaaien.

    Ik pas zelf deze eenvoudige methode toe en ben zeer tevreden over de resultaten. Uiteraard heb ik niet de wijsheid in pacht en zullen er altijd andere, betere, en slimmere manieren zijn.

    Aardappelmoeheid

    Bij aardappelmoeheid mag er minstens 6 jaar geen aardappelen op het bed geteelt worden. Het makkelijkst is dan een vruchtwisseling van 1:8 jaar.

    Bekijk een schema van vruchtwisseling met aardappelmoeheid of bekijk het schema in een apart window.

    Knolvoet in kool

    Bij knolvoet mag er minstens 4 tot 7 jaar geen kruisbloemigen op het bed geteelt worden. Het makkelijkst is dan een vruchtwisseling van 1:8 jaar.

    Bekijk een schema van vruchtwisseling met knolvoet of bekijk het schema in een apart window.



    Oorspronkelijke tekst: http://www.atvooghduyne.nl/Aardappel wisselteelt.pdf van Stephan van Gils