De Uithovenier - De grond

De grond voor de verhuizing

De verhuizing naar het nieuwe complex was van 3 t/m 5 april 2010. Op de onderstaande bodemkaart van de Uithof wordt onze grond bij de ingang geclassificeerd als Rn52C en bij de keerplaats als Rn55C.

Bodemkaart van de Uithovenier [1].

De code R betekent dat onze grond een vaaggrond is die geen minerale eerdlaag heeft (de donkere humeuze bovenlaag waar je als tuinder zo graag mee werkt!) en door een meanderende rivier is afgezet - in ons geval door de Kromme Rijn en/of De Biltse Grift.
De tweede code N geeft aan dat onze grond een poldervaaggrond is (het ligt in de oude Johannapolder) en dat wil zeggen dat in de bovenste 50 cm van de grond al roest en grijze vlekken in de klei voorkomen.[2]

De getallen 52 en 55 geven het lutumgehalte van onze grond aan [2]. Dat wil zeggen dat de grond voor meer dan de helft uit heel fijne deeltjes bestaat die ook nog een grote kleefkracht hebben. De "boetseerklei" die we zo goed kennen en die je met een spa moeilijk kan doorsteken.

De C geeft aan dat onze grond ook nog kalkloos is.[2]

Kortom geen grond waar je zomaar een moestuin op gaat beginnen.

De grondbewerking vlak voor de verhuizing

Onder het weiland waarop nu ons complex is zat een ondoorlatende kleilaag. Het weiland bestond uit 3 evenwijdige ruggen waardoor de afwatering plaatsvond van het hogere midden van ruggen naar de lager gelegen voegen en via deze voegen naar de sloot bij de ingang van ons complex. Deze voegen liepen evenwijdig aan de haag aan de oostkant van het weiland. Omdat de voegen niet veel hoogteverschil hadden, stonden deze vaak voor een groot deel onder water.


Het weiland in 2005 [3]

Je kunt dat op het vergrote plaatje van het weiland uit 2005 zien aan wat vlakke lichtgroene vlekken waar het gras wat moeilijker opkomt. In de donkergroene gedeeltes groeit het gras beter.
Zo'n plek zie je duidelijk op de plaats waar nu de tuinen 4, 5 en 6 liggen.

Daarom is besloten het weiland om te zetten en door te frezen. De bedoeling hiervan is om de bovenste kleilaag te doorbreken en de eventueel aanwezige betere laag eronder omhoog te werken en goed te verdelen.

Dan is het zinvol om te draineren. De drainagebuizen lopen evenwijdig aan het middenpad, beginnen aan de zuidkant (de kant van de keerplaats) en wateren uit op de sloot aan de noordkant (bij de parkeerplaats). Ze zijn daar te zien bij de palen die daar aan de slootkant staan.

De 4 drainagebuizen aan de slootzijde De 4 drainagebuizen aan de hekzijde

 

De buizen draineren goed. Dat is op de linkerfoto goed te zien. Hieronder een vergroting van de lopende drainagebuis. En daarnaast de ligging van de drainagebuizen in de tuinen.

De drainagebuizen liggen op 60 cm diepte. Ze zijn gemakkelijk te beschadigen en functioneren niet meer als er een breuk, gat of snee inkomt. Dat wil zeggen dat de tuinen die aan de zuidkant van de beschadiging liggen geen drainage meer hebben.
De drainagebuizen liggen in een zandbed.
Graaf, boor en spit dus niet dieper dan 50 cm!

En dan is een teeltlaag van 20 cm opgebracht omdat deze op het weiland (een poldervaaggrond) ontbrak.

Omdat op meerdere plekken toch nog een kleilaag aan het oppervlak aanwezig is (bijvoorbeeld bij de tuinen 4, 5 en 6) is het waarschijnlijk dat de lichte plekken op plaatje van het weiland uit 2005 niet alleen nat waren door hun lage ligging maar waarschijnlijk ook omdat de bovenste kleilaag dikker was dan 50 cm.

Hoe ga je met de grond van je tuin om

Ga voorzichtig om met de teeltlaag en spit dus maximaal 1 spa diep.

Breng veel humus in de teeltlaag en bewerk de teeltlaag regelmatig (schoffelen, harken, hakken, omwoelen met vork of spa). Een tuin waar alleen van geoogst wordt, wordt steeds lager.

Na veel regen spoelt de klei omhoog en kan daar een laag vormen. Deze laag kan, als na een regenperiode een aantal warme zonnige dagen komt, als het ware aanbakken waardoor er een harde korst ontstaat. Dus weer schoffelen, etc.

De grond is kalkarm dus veel kalk strooien

De grond is ook arm aan meststoffen dus mest met veel vergane stro aanbrengen.

Laat de grond niet onbedekt liggen maar bewerk de grond na de oogst en zaai dan bodembedekkers (zoals facelia, etc). Zo zorg je voor minder onkruid en droogt de grond niet uit.

Betreed je bedden niet omdat je daarmee de onderliggende kleilaag verdicht en deze dan ondoorlatender wordt.

Als je tuin geen bedden heeft en je de tuin als geheel spit moet je naar de sloot of de afwateringsgreppel toe spitten. Je kunt zo langzamerhand een verloop in de afwateringsrichting krijgen.

Graaf geen doodlopende greppels. Het water blijft daar staan, de grond blijft nat en wordt steeds slechter.

Maak een afwaterpad. Dit voert het teveel aan regen direct af. De grond wordt natuurlijk tijdens zo'n hoosbui wel volgezogen met water, maar het extra water blijft niet op de grond staan en vloeit direct weg. De drainage hoeft dit dus niet af te voeren en daardoor wordt de grond sneller droog.

Maar tijdens een langdurende regenperiode krijgt drainage geen kans op de grond droog te maken omdat een nieuwe bui al weer voor overlast zorgt. Dan helpen alleen extra maatregelen.

Wat moet je doen op de stukken waar de teeltlaag minder dan een spa diep is?

Als je grote kluiten klei opspit zijn er meerdere mogelijkheden:

a
je legt ze op een stukje grond dat je kan missen en laat ze een paar jaar uitvriezen; leg ze niet op je composthoop of in je compostton want dan gebeurt er niets met de kluit maar het composteren wordt wel afgeremd.
b
verklein ze en wentel ze door compost of turf. De kleibrokken kleven dan niet meer aan elkaar. Ga dan verder zoals bij a.
c
als je kleine kluitjes klei hebt doe dan als in b. Als je ze dan op een bed dat je regelmatig schoffelt of hakt brengt, worden ze dus regelmatig verkleint en in de grond opgenomen.

Je kunt ook grote blokken vermijden door niet dieper te spitten dan de teeltlaag plus 1 of 2 cm. Dan duurt het wel wat langer voordat je op diepte bent maar het is wel gemakkelijker.
Je moet wel veel kalk strooien want zowel klei als turf zijn zuur.

Extra maatregelen

Als al deze maatregelen niet werken moet je op een andere manier de afwatering van de tuin gaan regelen. Neem hierover contact op met het bestuur.

Twee voorbeelden van zulke extra maatregelen:
tuin 5: deze tuin liep in de richting van de sloot omhoog, in plaats van omlaag. De oorzaak was dat aan de slootkant van de tuin een dikke kleilaag aan het oppervlak lag, zonder de beloofde laag tuinaarde, waardoor het voorste deel van de tuin al tijdens een regenperiode nat was en lange tijd nat bleef. In 2013 is een afvoerbuis in het hoge deel van het middenpad ingegraven en wordt het oppervlaktewater direct naar de sloot afgevoerd. De tuin blijft nu zelfs droog tijdens een regenperiode.

rood = afvoerbuis

geel = zandpad

tuin 5
 
tuin 18

tuin 18: de voorkant van de tuin aan het middenpad en de draaiplaats was nat en bleef zelfs na het ophogen van de tuin met tuinaarde nat. Hier is in 2015 langs de erfscheiding van/in tuin 17 een afvoerbuis naar de afvoergreppel gelegd. In tuin 18 zorgt een dwars, naar tuin 17 aflopend middenpad, voor de afvoer in tuin 18.

Referenties

1. Rijksuniversiteitsterreinen "De Uithof" Gem.Utrecht, Bodemkaart, Bijlage 1/Stichting voor Bodemkartering:  - Alterra kaarten

2. G.G.L.Steur en W.Heijnink Bodemkaart van Nederland Algemene begrippen en indelingen - 4e Uitgave 1991

3. Google Earth

 

Zie ook:

Wikipedia - Klei

Wikipedia - Bodemstructuur